Vijf vragen (+1) aan… Jorinde Kloezeman-Nijland

Je zou kunnen zeggen dat Jorinde Kloezeman – Nijland eerst een stukje afstand moest nemen van Klink-Nijland om te ontdekken wat ze er uiteindelijk kon toevoegen.

Na haar studie Small Business & Retail Management liep ze stage bij Klink-Nijland en ging ze op de administratie aan de slag. Dat had ze op een gegeven moment wel gezien. Ze wilde meer leren. Dus vertrok ze.

Vijf jaar werkte ze bij een administratiekantoor. Ze leerde er veel over fiscaliteit en boekhouding en keek vanuit een heel andere kant naar het bedrijfsleven. Inmiddels is ze terug. Niet meer als medewerker op de administratie, maar als mede-eigenaar.

Samen met Menno en haar vader werkt ze aan de volgende fase van Klink-Nijland. En hoewel ze zelf geen straat kan aanleggen, heeft ze inmiddels een behoorlijk duidelijke kijk op hoe je een infrabedrijf goed organiseert.

“Ik hoef niet hetzelfde te doen als mijn vader. Ik kan mijn eigen kennis meenemen en daarmee proberen het bedrijf verder te helpen.”

 

  1. Je hebt hier ooit gewerkt, bent weggegaan en bent uiteindelijk toch weer teruggekomen. Waarom?

“Toen ik afgestudeerd ben, ben ik hier op de administratie begonnen. Alleen merkte ik dat alleen administratie wat saai begon te worden. Ik wilde meer leren en mezelf verder ontwikkelen.

Ik ben uiteindelijk bij een administratiekantoor in loondienst gegaan. Ik wilde gewoon even ergens anders de ruimte krijgen om dingen te leren. Daar heb ik vijf jaar gezeten en ontzettend veel geleerd over fiscaliteit en boekhouding. Maar ook over het bedrijfsleven vanuit een heel andere kant.

Dat is achteraf wel heel waardevol geweest. Als je alleen maar binnen één bedrijf werkt, kijk je toch vooral vanuit dat bedrijf. Ik heb gezien hoe andere ondernemers hun zaken aanpakten en hoe je financieel en organisatorisch naar een onderneming kunt kijken.

Na die vijf jaar begon het toch weer te kriebelen. Ik ben toen teruggekomen bij Klink-Nijland om te kijken: hoe gaan we de toekomst invullen? En kan ik daar op een goede manier mijn plekje in vinden?

Dat is uiteindelijk dus aardig gelukt.”

 

  1. Inmiddels ben je mede-eigenaar. En dan kom je als vrouw terecht in een wereld waarin vooral mannen rondlopen. Hoe is dat?

“Ik vind het eigenlijk gewoon prettig om met mannen te werken. Ik heb natuurlijk ook vrouwelijke collega’s, dus dat is hartstikke fijn, maar ik ervaar niet dat ik anders behandeld word omdat ik een vrouw ben.

De meeste mensen buiten stuur ik ook niet rechtstreeks aan. Als ik vind dat iets moet gebeuren, gaat het meestal over randzaken en niet over de technische uitvoering van hun werk.

En ik vind het werken met mannen eigenlijk wel praktisch. Vaak duidelijk, niet te veel eromheen draaien. Gewoon zeggen wat je ervan vindt.

En ik denk dat ik ook weer een andere kijk meebreng. Misschien een beetje de vrouwelijke touch. Dat hoeft niet per se iets groots te zijn. Soms is het gewoon iets meer aankleding, iets meer gezelligheid.

Dat zie je misschien ook wel aan het kantoor. Ik vind het leuk als het er netjes uitziet en mensen zich er prettig voelen.

Maar uiteindelijk gaat het er voor mij niet om of je man of vrouw bent. Als je gewoon je ding kunt doen en verbeteringen kunt aanbrengen, maakt het volgens mij niet uit of je tussen heel veel mannen of heel veel vrouwen werkt.”

 

  1. Je bent teruggekomen met kennis die je hier eerder nog niet had. Wat wil je daarmee veranderen?

“Vooral organisatorisch hebben we mooie stappen gezet. Er wordt steeds meer van een aannemer gevraagd. Niet alleen buiten op het werk, maar juist ook in de voorbereiding. Regelgeving wordt belangrijker en opdrachtgevers verwachten dat steeds meer zaken vooraf goed geregeld zijn.

Daarom hebben we op kantoor en binnen het bedrijfsbureau duidelijkere structuren gemaakt. We leggen dingen beter vast, zijn overgestapt naar een ander boekhoudpakket en hebben vaste momenten van overleg.

Eigenlijk krijgt alles vooraf al een werknummer. Zelfs een offerte. Daardoor houden we dingen veel beter in beeld. Het klinkt misschien niet heel spannend, maar uiteindelijk merk je het buiten wel. Als je op kantoor beter georganiseerd bent, kun je in de praktijk ook meer aan.

Ik probeer vooral niet alleen naar vandaag te kijken, maar ook naar hoe je dingen structureel beter kunt organiseren. En als iemand hier komt werken, wil ik gewoon dat alles direct geregeld is en klaar staat.”

 

  1. Je vader heeft Klink-Nijland groot gemaakt vanuit het vak. Wat moet absoluut hetzelfde blijven?

“De manier waarop we met elkaar omgaan. Dat vind ik heel belangrijk. Klink-Nijland is een praktisch bedrijf. Mensen zeggen wat ze vinden en we proberen problemen gewoon op te lossen. Niet te veel eromheen draaien. Dat past bij ons.

Tegelijkertijd zijn we wel gegroeid en moeten we steeds meer keuzes maken. Er is op dit moment genoeg werk, maar je kunt jezelf ook gemakkelijk over de kop werken als je alles wilt aannemen.

Dat zit nog niet zo in ons DNA. Vroeger zorgden we gewoon dat iedereen een offerte kreeg. Tegenwoordig moeten we soms zeggen: dit doen we niet.

Dat is best lastig, want je wilt relaties met gemeenten en andere opdrachtgevers goed houden. Maar als de capaciteit er niet is, houdt het een keer op.

Onderhoud is bijvoorbeeld een belangrijke basis voor ons. We hebben ongeveer tien gemeenten waarvoor we onderhoudswerk doen en met sommige werken we al heel veel jaren. Dat geeft stabiliteit. Vanuit daar kunnen we verder met bijvoorbeeld woonrijp maken en herinrichting.

Ik denk dat we steeds meer moeten focussen op waar we echt goed in zijn. Niet zomaar alles doen, maar keuzes maken. En tegelijkertijd moet de cultuur gewoon Klink-Nijland blijven.”

 

  1. Waar hoop je dat Klink-Nijland over een paar jaar staat?

“Ik hoop dat we onze positie nog sterker hebben gemaakt. Vooral organisatorisch. Daar hebben we de afgelopen twee jaar al grote stappen in gezet.

Maar we hebben ook nog mensen nodig. Vooral mensen met kennis van de infra: voormannen, uitvoerders en projectleiders. Dat is gewoon een dunbevolkte vijver waarin je moet vissen.

Ik hoop dat we die mensen over een paar jaar hebben gevonden en dat iedereen zijn plek heeft gevonden. Dat we onze eigen klussen nog beter kunnen kiezen en dat iedereen zijn werk kan doen zonder zich over de kop te werken.

Ik denk ook dat bedrijven steeds gespecialiseerder gaan worden. Er is zoveel werk en zoveel verschillende soorten werk dat je niet meer zomaar alles kunt doen.

Wij richten ons best veel op onderhoud, woonrijp maken en herinrichting. Dat zijn dingen die goed bij ons passen.

En uiteindelijk blijft kennis ontzettend belangrijk. Civiel is gewoon een ingewikkeld vak. Het is niet even een straat eruit halen en er weer eentje in leggen. Je hebt met zoveel partijen, systemen en regels te maken.

Daarom blijven goede mensen voor ons zo belangrijk.”

 

+1. Je runt gezamenlijk een bedrijf, hebt twee jonge kinderen en doet ook nog aan CrossFit. Hoe houd je dat allemaal vol?

“Je moet er gewoon een beetje tijd voor maken. Het is geven en nemen.

Ik doe aan CrossFit bij The Stairway in Raalte en dat vind ik echt ontzettend leuk. Daarbij heb ik samen met mijn man Henk een dochter en een zoontje. Puck is twee en Syb is nog een kleintje. Daar wil ik ook tijd voor houden.

Verder vind ik het gewoon leuk om uit eten te gaan en gezellige dingen te doen met familie en vrienden. En ik vind mijn werk ook gewoon heel erg leuk.

Misschien is dat uiteindelijk wel het belangrijkste. Als je iets leuk vindt en er energie van krijgt, maak je er ook tijd voor.”